Citaat | Parket bij de Hoge Raad 10 augustus 2007

Alinea 91 Parket bij de Hoge Raad 10 augustus 2007

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 10 augustus 2007, ECLI:NL:PHR:2007:BA0582.

5.13 De belanghebbende betoogt nog dat in cassatie geen nieuwe stellingen ingenomen kunnen worden die feitelijk onderzoek vergen, maar in casu is geen sprake van een nieuwe feitelijke stelling. Ook voor het Hof was immers reeds in geschil of de integrale versies moesten worden overgelegd. Het is slechts de werking van art. 8:29 Awb - althans des fiscus' toepassing van die bepaling - die verhinderde dat de integrale versies tot de gedingstukken zijn gaan behoren. Zoals reeds bleek, kan de Minister zich op "gewichtige redenen" beroepen indien u de stukken niet terug stuurt, maar hen - al dan niet na een formeel verzoek om inzageverlening - alsnog inziet. In dat geval wordt de Hoge Raad feitenrechter ter zake van de aanwezigheid van "gewichtige redenen" die zich ertegen zouden verzetten dat de belanghebbende in cassatie kennis neemt van de integrale versies van de stukken.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cfe0694d85bdaa23dccdb1809613cd83515804813c3b51f641ce3d50a3eb4709. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cfe0694d85bdaa23dccdb1809613cd83515804813c3b51f641ce3d50a3eb4709, en de alinea staat in dat document op bytes 35903 tot 36798.