Citaat | Parket bij de Hoge Raad 10 augustus 2007
Alinea 94 Parket bij de Hoge Raad 10 augustus 2007
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 10 augustus 2007, ECLI:NL:PHR:2007:BA0582.
5.15 Hoewel voor de toepassing van art. 8:29 Awb in cassatie de conclusie luidt dat de stukken ongezien waren terug te sturen, is het mogelijk dat kennisneming van de integrale stukken nuttig of nodig is voor de beoordeling van 's Hofs tussenbeslissing ex art. 8:29, lid 3, Awb. Die beslissing houdt immers een afweging in van de tegengestelde belangen van de procespartijen bij openbaarmaking resp. geheimhouding en is dus mede gebaseerd op een beoordeling van de inhoud van de geheime passages, welk oordeel in cassatie getoetst moet worden op motivering, met name begrijpelijkheid.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cfe0694d85bdaa23dccdb1809613cd83515804813c3b51f641ce3d50a3eb4709. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cfe0694d85bdaa23dccdb1809613cd83515804813c3b51f641ce3d50a3eb4709, en de alinea staat in dat document op bytes 37851 tot 38448.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/cfe0694d85bdaa23dccdb1809613cd83515804813c3b51f641ce3d50a3eb4709 | shasum -a 256