Citaat | Parket bij de Hoge Raad 10 augustus 2007

Alinea 99 Parket bij de Hoge Raad 10 augustus 2007

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 10 augustus 2007, ECLI:NL:PHR:2007:BA0582.

6.2 De tekst van art. 8:29 Awb geeft geen aanleiding te veronderstellen dat in lid 3 met "de rechtbank" die het geheimhoudingsverzoek beoordeelt een andere kamer bedoeld wordt dan de kamer die de hoofdzaak beslist. Niettemin kon er tot de invoering van de eerste evaluatiewet Awb, waarbij een tweede volzin aan lid 5 werd toegevoegd (zie onderdeel 6.9 hieronder), over getwijfeld worden of een geheimhoudingsverzoek door een andere kamer beoordeeld moest worden of dat de behandelende kamer normaal voort kon gaan, om pas te verwijzen als zich het probleem zou voordoen dat de niet-kennisnemende procespartij zou weigeren in te stemmen met afdoening mede op basis van voor haar - volgens de rechtbank terecht - geheim te houden stukken, waardoor die behandelende kamer zich geconfronteerd zou zien met de opgaaf een zaak af te doen zonder acht te slaan op stukken waarvan zij al wel kennis had genomen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cfe0694d85bdaa23dccdb1809613cd83515804813c3b51f641ce3d50a3eb4709. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cfe0694d85bdaa23dccdb1809613cd83515804813c3b51f641ce3d50a3eb4709, en de alinea staat in dat document op bytes 40498 tot 41413.