Citaat | Parket bij de Hoge Raad 16 maart 2007
Alinea 52 Parket bij de Hoge Raad 16 maart 2007
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 16 maart 2007, ECLI:NL:PHR:2007:BA0731.
2.4. Het thans bestreden arrest maakte door een uitdrukkelijk dictum een einde aan hetgeen (in conventie en in reconventie) in het kort geding werd gevorderd. In de bodemprocedure daarentegen is niet door een uitdrukkelijk dictum een einde gemaakt aan hetgeen in die procedure werd gevorderd. Het bestreden arrest bevat slechts een tussenbeslissing in de bodemprocedure, te weten een beslissing in het incident. De kinderen hebben op basis hiervan hun conclusie getrokken: de neven zijn op grond van art. 401a, tweede lid, Rv niet-ontvankelijk in hun cassatieberoep voor zover dit betrekking heeft op de beslissing in het incident in de bodemprocedure.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b7ed228c816449b28721fd4da877034665b181391002d1773b0ecc865f393dc4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b7ed228c816449b28721fd4da877034665b181391002d1773b0ecc865f393dc4, en de alinea staat in dat document op bytes 20104 tot 20769.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/b7ed228c816449b28721fd4da877034665b181391002d1773b0ecc865f393dc4 | shasum -a 256