Citaat | Parket bij de Hoge Raad 16 maart 2007

Alinea 73 Parket bij de Hoge Raad 16 maart 2007

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 16 maart 2007, ECLI:NL:PHR:2007:BA0731.

3.14. De klacht mist m.i. feitelijke grondslag. Het bestreden arrest is niet gegrond op de redenering dat sprake zou zijn geweest van een revindicatoir beslag ten verzoeke van de kinderen, dat door het vonnis van 17 november 2004 zou zijn omgezet in een executoriale titel op grond waarvan de kinderen de afgifte van de omstreden tegoeden konden afdwingen. Het bestreden arrest is, zoals gezegd, hierop gegrond dat in dit kort geding (op grond van het vonnis van 17 november 2004, dus in de rechtsverhouding tussen de kinderen en de neven) het ervoor moet worden gehouden dat de kinderen de rechthebbenden zijn op deze tegoeden. Daaruit volgt, in de redenering van het hof, dat op de kinderen geen rechtsplicht jegens de neven rustte om de tegoeden, die zij via de ABN Amro-bank in handen hadden gekregen, terug te storten op de rekening van de ABN Amro-bank.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b7ed228c816449b28721fd4da877034665b181391002d1773b0ecc865f393dc4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b7ed228c816449b28721fd4da877034665b181391002d1773b0ecc865f393dc4, en de alinea staat in dat document op bytes 35467 tot 36340.