Citaat | Parket bij de Hoge Raad 16 maart 2007
Alinea 74 Parket bij de Hoge Raad 16 maart 2007
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 16 maart 2007, ECLI:NL:PHR:2007:BA0731.
3.15. De onderdelen II.4 - 6 zijn gericht tegen de laatste alinea van rov. 4.5, waarin het hof het beroep van de neven op de nietigheid van het exploot verwerpt. Volgens de neven zou het exploot tot betekening aan hen van het vonnis van 17 november 2004 nietig zijn omdat het is uitgebracht aan het verkeerde parket (dat van de officier van justitie te Amsterdam in plaats van dat van de officier van justitie te 's-Gravenhage)(22). Voor zover het hof van oordeel is dat de neven geen belang hebben bij het beroep op nietigheid (art. 66 Rv), wijst onderdeel II.6 erop dat de neven in hoger beroep hebben aangevoerd dat hen geen afschrift van een exploot van betekening had bereikt; zij waren hierdoor niet in de gelegenheid tijdig passende rechtsmaatregelen te treffen om te voorkomen dat de derde-beslagene de tegoeden zou afgeven(23). Volgens de neven was hiermee hun belang bij hun beroep op de nietigheid van het exploot gegeven.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b7ed228c816449b28721fd4da877034665b181391002d1773b0ecc865f393dc4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b7ed228c816449b28721fd4da877034665b181391002d1773b0ecc865f393dc4, en de alinea staat in dat document op bytes 36360 tot 37306.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/b7ed228c816449b28721fd4da877034665b181391002d1773b0ecc865f393dc4 | shasum -a 256