Citaat | Parket bij de Hoge Raad 26 juni 2007
Alinea 23 Parket bij de Hoge Raad 26 juni 2007
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 26 juni 2007, ECLI:NL:PHR:2007:BA0875.
In dat kader dient te worden beoordeeld of aannemelijk is geworden dat de opgeëiste persoon in verband met de aan hem verweten gedragingen een behandeling als in voorgaande zin heeft ondergaan. Weliswaar is door de raadsvrouw gesteld dat er sprake is geweest van een dergelijke behandeling maar op geen enkele wijze anders dan door die stelling en de in algemene zin door de opgeëiste persoon beschreven omstandigheden is zulks aannemelijk geworden. Uit de stukken blijkt niet van enige behandeling i[n] vorenbedoelde zin, noch is (bijvoorbeeld) door middel van informatie uit de kring van personen rond de opgeëiste persoon dan wel raadslieden die hem (kennelijk) hebben bijgestaan dan wel anderszins dergelijke informatie beschikbaar gekomen. Er zijn geen data, noch plaatsen noch personen of functionarissen genoemd die daarbij betrokken zouden zijn. De stelling van de raadsvrouw dat het buitengewoon moeizaam zo niet onmogelijk is dergelijke informatie te verkrijgen en de toenmalig raadsman niet kon worden bereikt maakt niet - los van de omstandigheid dat niet aannemelijk is geworden dat daadwerkelijk activiteiten zijn ondernomen om de informatie te vergaren - dat de enkele stelling voldoende is de uitlevering (reeds) daarom ontoelaatbaar te achten.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/953f73fb720de1c93f4233b1cf8552de9e896e746669963682055d42aebec3c2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 953f73fb720de1c93f4233b1cf8552de9e896e746669963682055d42aebec3c2, en de alinea staat in dat document op bytes 9892 tot 11168.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/953f73fb720de1c93f4233b1cf8552de9e896e746669963682055d42aebec3c2 | shasum -a 256