Citaat | Parket bij de Hoge Raad 26 juni 2007
Alinea 32 Parket bij de Hoge Raad 26 juni 2007
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 26 juni 2007, ECLI:NL:PHR:2007:BA0875.
5.5.1 In het ruim twee maanden later gewezen arrest HR 20 mei 2003, NJ 2004, 41 m.n. Y.B betreffende een Spaans uitleveringsverzoek baseerde de verdediging haar verweer zowel op een schending van art. 6 EVRM als op een dreigende toekomstige foltering etc. van de opgeëiste persoon. Voor wat betreft het eerste punt was aangevoerd dat bewijsmateriaal dat de opgeëiste persoon belastte, door marteling van getuigen was verkregen. Verder zou na uitlevering voor de opgeëiste persoon zelf een onmenselijke en/of vernederende behandeling dan wel foltering dreigen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/953f73fb720de1c93f4233b1cf8552de9e896e746669963682055d42aebec3c2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 953f73fb720de1c93f4233b1cf8552de9e896e746669963682055d42aebec3c2, en de alinea staat in dat document op bytes 16614 tot 17190.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/953f73fb720de1c93f4233b1cf8552de9e896e746669963682055d42aebec3c2 | shasum -a 256