Citaat | Parket bij de Hoge Raad 26 juni 2007

Alinea 44 Parket bij de Hoge Raad 26 juni 2007

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 26 juni 2007, ECLI:NL:PHR:2007:BA0875.

Hoe dat ook zij, nu in het arrest ook wordt verwezen naar NJ 1997, 533,(5) ga ik ervan uit dat de lijn van dat arrest ook thans moet worden gevolgd in die zin dat onderscheid moet worden gemaakt tussen het verweer dat de betrokkene in de desbetreffende zaak is gefolterd en de - ter beoordeling van de Minister staande - stelling dat foltering na uitlevering dreigt. Is in het eerste geval het verweer gegrond, dat wil zeggen is het daaraan ten grondslag gelegde aannemelijk en levert dat foltering op, dan is de uitleveringsrechter gehouden, gelet op art. 3 van het VN-verdrag, de uitlevering ontoelaatbaar te verklaren.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/953f73fb720de1c93f4233b1cf8552de9e896e746669963682055d42aebec3c2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 953f73fb720de1c93f4233b1cf8552de9e896e746669963682055d42aebec3c2, en de alinea staat in dat document op bytes 22850 tot 23485.