Citaat | Parket bij de Hoge Raad 26 juni 2007
Alinea 45 Parket bij de Hoge Raad 26 juni 2007
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 26 juni 2007, ECLI:NL:PHR:2007:BA0875.
5.6 Voorzover het middel stelt dat de uitleveringsrechter ook dient te beoordeling of na uitlevering het risico van foltering of een onmenselijke behandeling bestaat, waaromtrent de raadsvrouw overigens niet meer heeft aangevoerd dan dat de opgeëiste persoon een verschrikkelijke tijd vreest, kan het middel dus niet tot cassatie leiden. In HR 25 mei 2004, NJ 2005, 543 - ook een zaak die betrekking had op een uitleveringsverzoek van Moldavië - is bevestigd dat de beantwoording van de vraag of er een reëel risico bestaat dat de opgeëiste persoon zal worden onderworpen aan een behandeling die in strijd is met art. 3 EVRM of art. 3 VN-verdrag aan de Minister toekomt (met de mogelijkheid van beroep op de civiele rechter).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/953f73fb720de1c93f4233b1cf8552de9e896e746669963682055d42aebec3c2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 953f73fb720de1c93f4233b1cf8552de9e896e746669963682055d42aebec3c2, en de alinea staat in dat document op bytes 23523 tot 24265.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/953f73fb720de1c93f4233b1cf8552de9e896e746669963682055d42aebec3c2 | shasum -a 256