Citaat | Parket bij de Hoge Raad 26 juni 2007
Alinea 46 Parket bij de Hoge Raad 26 juni 2007
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 26 juni 2007, ECLI:NL:PHR:2007:BA0875.
5.7 Het oordeel van de Rechtbank dat niet aannemelijk is geworden wat de opgeëiste persoon heeft gesteld over de folteringen in het kader van het strafrechtelijk onderzoek in deze zaak, is niet onbegrijpelijk en draagt de verwerping van het verweer zelfstandig. Het behoefde in het licht van het gevoerde verweer, geen nadere motivering. Ook al realiseer ik mij dat het niet eenvoudig is een dergelijk verweer in een uitleveringsprocedure handen en voeten te geven, hier ontbrak in wat was aangevoerd zelfs ieder aanknopingspunt voor een onderzoek of beoordeling daarvan, zoals de Rechtbank ook heeft overwogen.(6) Met betrekking tot de thans aan de cassatieschriftuur gehechte stukken ("Country reports" over onder meer de detentieomstandigheden in Moldavië) geldt het volgende. Nog afgezien daarvan dat deze (uiteraard) niet specifiek betrekking hebben op de behandeling die de opgeëiste persoon heeft ondergaan, kan in ieder geval niet voor het eerst in cassatie een beroep worden gedaan op feiten en omstandigheden die niet zijn vastgesteld en waarvan niet blijkt dat deze in feitelijke aanleg zijn aangevoerd. Deze "aanvullingen" op het verweer zijn dus tardief.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/953f73fb720de1c93f4233b1cf8552de9e896e746669963682055d42aebec3c2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 953f73fb720de1c93f4233b1cf8552de9e896e746669963682055d42aebec3c2, en de alinea staat in dat document op bytes 24285 tot 25469.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/953f73fb720de1c93f4233b1cf8552de9e896e746669963682055d42aebec3c2 | shasum -a 256