Citaat | Parket bij de Hoge Raad 26 juni 2007

Alinea 9 Parket bij de Hoge Raad 26 juni 2007

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 26 juni 2007, ECLI:NL:PHR:2007:BA0875.

3. Het middel bevat de klacht dat de Rechtbank een verweer strekkende tot ontoelaatbaarverklaring van de uitlevering ten onrechte, althans onvoldoende gemotiveerd heeft verworpen. Dat verweer strekte ertoe, aldus het middel, dat is aangevoerd dat de opgeëiste persoon door functionarissen van de verzoekende staat ten aanzien van het feit waarvoor de uitlevering is gevraagd is gefolterd, dat verder, kort gezegd, het gevaar dreigt van folteringen of van een behandeling in strijd met art. 3 EVRM, "zodat reeds op voorhand vaststaat dat, althans een verhoogd risico bestaat dat door de uitlevering op flagrante wijze inbreuk wordt gemaakt op aan de verzoeker ingevolge art. 6 EVRM toekomende rechten."

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/953f73fb720de1c93f4233b1cf8552de9e896e746669963682055d42aebec3c2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 953f73fb720de1c93f4233b1cf8552de9e896e746669963682055d42aebec3c2, en de alinea staat in dat document op bytes 4927 tot 5642.