Citaat | Parket bij de Hoge Raad 20 april 2007

Alinea 68 Parket bij de Hoge Raad 20 april 2007

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 20 april 2007, ECLI:NL:PHR:2007:BA0901.

4.10. Het voorgaande laat onverlet dat er omstandigheden denkbaar zijn waarin terugbetaling van hetgeen door de onderhoudsplichtige ingevolge een eerdere uitvoerbaar bij voorraad verklaarde beschikking is betaald, in alle redelijkheid (toch) niet verlangd kan worden. In het onderhavige geval was de dochter echter bekend met de door het hof aangehaalde beslissing van de rechtbank Breda van 5 december 2003(12) waarin de rechtbank had overwogen dat de door de moeder gevoerde onderneming in december 2003 in een opstartfase verkeerde en dat het nog twee jaren zou duren voordat zij winst kon maken en waarop het hof in het kader van de 'draagkrachtbepaling' heeft voortgeborduurd. De dochter kon en moest er m.i. reeds op grond hiervan rekening mee houden dat de rechtsgrond aan de betaling van alimentatie door de moeder tot december 2005 zou ontvallen. In haar appelschrift heeft de moeder bovendien nog op dit 'gevaar' gewezen.(13) Verder acht ik het van belang er in dit verband op te wijzen dat de dochter alimentatie heeft verzocht per 1 januari 2004, terwijl haar verzoekschrift dateert van 30 juni 2005. Bovendien blijkt uit de gedingstukken niet dat de dochter op enig moment heeft aangevoerd dat zij in redelijkheid niet tot terugbetaling gehouden kan worden, terwijl dit wel op haar weg had gelegen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e596209c2749efe67792cad70b542dc848090978433e4b8b70a726b24e7d4e72. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e596209c2749efe67792cad70b542dc848090978433e4b8b70a726b24e7d4e72, en de alinea staat in dat document op bytes 25847 tot 27172.