Citaat | Parket bij de Hoge Raad 20 april 2007

Alinea 52 Parket bij de Hoge Raad 20 april 2007

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 20 april 2007, ECLI:NL:PHR:2007:BA0903.

In het geding na verwijzing zou de rechter betekenis kunnen hechten aan, onder meer, de familieomstandigheden van [verzoeker], alsmede de omstandigheid dat de CJIB-schuld maar in zeer geringe mate niet te goeder trouw lijkt te zijn ontstaan. Die laatste omstandigheid is door [verzoeker] - mede met een beroep op zijn werkzaamheden in de autokoeriersbranche - weliswaar pas in het cassatieverzoekschrift onderbouwd, maar [verzoeker] had daartoe ook niet eerder de kans, nu dit geen onderwerp was van debat(24), en nu het hof hem hiermee pas in het bestreden arrest confronteerde(25).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0d895d0f2407fdec8ecf514a1f9df956957feabfb68dfb527d4ae6fd3c93a780. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0d895d0f2407fdec8ecf514a1f9df956957feabfb68dfb527d4ae6fd3c93a780, en de alinea staat in dat document op bytes 27025 tot 27622.