Citaat | Parket bij de Hoge Raad 7 december 2007

Alinea 47 Parket bij de Hoge Raad 7 december 2007

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 7 december 2007, ECLI:NL:PHR:2007:BA1113.

"4.11. Gelet op hetgeen de Inspecteur naar voren heeft gebracht, met name omtrent de omvang van het bedrag aan onverklaard gebleven contante uitgaven en de betrokkenheid van belanghebbende bij de handel in dan wel het vervoer van drugs, is het Hof van oordeel dat de Inspecteur het inkomen waarnaar de aanslag is opgelegd, heeft kunnen vaststellen op de wijze zoals hij heeft gedaan. Het Hof neemt daarbij in aanmerking dat belanghebbende op geen enkele manier heeft doen blijken op welke wijze en in welke mate hij in 1998 daadwerkelijk betrokken is geweest bij het vervoer van dan wel de handel in verdovende middelen. Dat belanghebbende, zoals hij stelt, in bewijsnood is komen te verkeren door de aard van de organisatie waarbinnen hij de voordelen heeft verworven, dient voor zijn rekening te blijven. Een en ander laat echter onverlet dat op de Inspecteur de last blijft rusten de door belanghebbende behaalde voordelen in redelijkheid vast te stellen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e04f21380916400ed5d5a22ad32184b866e582e78c28572504a2d9aafa15f689. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e04f21380916400ed5d5a22ad32184b866e582e78c28572504a2d9aafa15f689, en de alinea staat in dat document op bytes 12210 tot 13181.