Citaat | Parket bij de Hoge Raad 7 december 2007
Alinea 62 Parket bij de Hoge Raad 7 december 2007
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 7 december 2007, ECLI:NL:PHR:2007:BA1113.
Over de fiscale neutraliteit waar het de belastbaarheid van voordelen betreft, is inmiddels veel jurisprudentie gewezen. Een helder overzicht van die jurisprudentie biedt de Cursus Belastingrecht, waarnaar ik op dit punt verwijs(5). Wel zij nog gewezen op het arrest van de Hoge Raad van 9 maart 1994, nr. 28534, BNB 1994/138 aangezien het in die zaak evenals in de onderhavige ging om handel in verdovende middelen. De Hoge Raad oordeelde in die zaak dat onjuist is de opvatting dat tussen artikel 7 van de Wet en artikel 1 van de Wet op de omzetbelasting 1968 een samenhang bestaat die mee zou brengen dat de uit onderneming verkregen voordelen ter zake van illegale leveringen van verdovende middelen, voorzover die leveringen ingevolge artikel 2 van de Zesde Richtlijn niet aan de heffing van omzetbelasting zijn onderworpen, niet kunnen worden aangemerkt als winst in de zin van artikel 7 van de Wet.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e04f21380916400ed5d5a22ad32184b866e582e78c28572504a2d9aafa15f689. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e04f21380916400ed5d5a22ad32184b866e582e78c28572504a2d9aafa15f689, en de alinea staat in dat document op bytes 18347 tot 19265.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/e04f21380916400ed5d5a22ad32184b866e582e78c28572504a2d9aafa15f689 | shasum -a 256