Citaat | Parket bij de Hoge Raad 15 juni 2007

Alinea 30 Parket bij de Hoge Raad 15 juni 2007

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 15 juni 2007, ECLI:NL:PHR:2007:BA1414.

15. De korte verjaringstermijn van art. 8:1790 en van art. 8:1793 BW bij aanvaring in de zeevaart resp. binnenvaart is ontleend aan het verdragenrecht; zie art. 7 lid 1 van het Brussels Aanvaringsverdrag (Verdrag van 23 september 1910, Stb. 1913, 74) en art. 7 lid 1 het Geneefs Verdrag aanvaring binnenvaart (Verdrag van 15 maart 1960, Trb. 1966, 192). De ratio van de korte verjaringstermijn moet worden gezocht in de moeilijkheid om na lange tijd de toedracht van een aanvaring vast te stellen en in het feit dat de hoge preferentie van aanvaringsvorderingen zich slecht verdraagt met het lang voortbestaan van onzekere, op het schip verhaalbare aanvaringsvorderingen. Vgl. Brunner, a.w., p. 37.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b720cac2ddd7ecf8d70753590baf97a1e461d840ed9430ee25a1c45834ca14a8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b720cac2ddd7ecf8d70753590baf97a1e461d840ed9430ee25a1c45834ca14a8, en de alinea staat in dat document op bytes 16432 tot 17144.