Citaat | Parket bij de Hoge Raad 22 juni 2007

Alinea 25 Parket bij de Hoge Raad 22 juni 2007

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 22 juni 2007, ECLI:NL:PHR:2007:BA1519.

1.3 De onderhavige procedure is bij de rechtbank Leeuwarden aanhangig gemaakt bij inleidende dagvaarding van 19 november 2001. Daarin vordert [eiseres] van [verweerder] c.s. betaling van een bedrag van fl. 475.299,82 (€ 215.681,66). Hoewel [eiseres] het standpunt inneemt met [verweerder] c.s. de overeenkomst van opdracht te hebben afgesloten, zet zij ditmaal haar vordering in de sleutel van ongerechtvaardigde verrijking. Daartoe stelt [eiseres] (a) dat zij ten behoeve van de - volgens haar nagenoeg afgebouwde - woning van [verweerder] c.s. activiteiten heeft ontwikkeld en kosten gemaakt, die tot een verrijking van hen hebben geleid en (b) dat, nu haar prestaties - afgezien van het door [verweerder] c.s. betaalde bedrag ad fl. 72.922,38 - onbetaald zijn gebleven, er aan haar zijde een verarming is opgetreden((7)).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/01a4e116afb9ab7202faae91980149e9c2a38ce89cfeffe03dfae1c6aa0a724f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 01a4e116afb9ab7202faae91980149e9c2a38ce89cfeffe03dfae1c6aa0a724f, en de alinea staat in dat document op bytes 8193 tot 9032.