Citaat | Parket bij de Hoge Raad 22 juni 2007

Alinea 51 Parket bij de Hoge Raad 22 juni 2007

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 22 juni 2007, ECLI:NL:PHR:2007:BA1519.

"Een sterk argument is dat een partij (C) die zijn verrijking ontleent aan een overeenkomst met een wederpartij (B) niet behoeft te verwachten dat een derde (A), die niet bij de overeenkomst is betrokken, hem zal bespringen met een verrijkingsvordering. Van de andere kant van de contractuele medaille bezien, kan worden gezegd dat de verrijkingscrediteur (A) 'should seek his reward where he has placed his trust, and that he should look at the contractor on whose capacity to pay he relied in making the contract.' Technisch kunnen deze argumenten vorm krijgen in de overweging, dat de verrijking van C (ook in de relatie tot A) wordt gerechtvaardigd door zijn overeenkomst met B. Dit lijkt mij een goed uitgangspunt bij de beoordeling, maar geen afsluitend argument. Er kunnen redenen zijn om anders te oordelen." ((13))

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/01a4e116afb9ab7202faae91980149e9c2a38ce89cfeffe03dfae1c6aa0a724f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 01a4e116afb9ab7202faae91980149e9c2a38ce89cfeffe03dfae1c6aa0a724f, en de alinea staat in dat document op bytes 18945 tot 19781.