Citaat | Parket bij de Hoge Raad 22 juni 2007

Alinea 53 Parket bij de Hoge Raad 22 juni 2007

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 22 juni 2007, ECLI:NL:PHR:2007:BA1519.

"Resumerend: in de Nederlandse literatuur wordt terecht gediscussieerd over de vraag onder welke voorwaarden de verrijkte een actie uit artikel 6:212 BW kan blokkeren door zich te beroepen op een overeenkomst met een ander dan de verarmde. In de rechtspraak is zo'n regel nog niet gegeven. Mede aan de hand van de vergelijking met het Franse recht is hier vastgesteld dat de volgende regel werkbaar zou kunnen zijn: in gevallen van derdenverrijking is een vordering uit artikel 6:212 BW in beginsel niet toewijsbaar als de verrijking is ontvangen ingevolge een overeenkomst. Die regel lijdt uitzondering als de verrijkte niet te goeder trouw is, of als de overeenkomst waarop hij zich beroept, niet voorziet in de omstandigheid waardoor de verrijking is ontstaan.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/01a4e116afb9ab7202faae91980149e9c2a38ce89cfeffe03dfae1c6aa0a724f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 01a4e116afb9ab7202faae91980149e9c2a38ce89cfeffe03dfae1c6aa0a724f, en de alinea staat in dat document op bytes 19871 tot 20647.