Citaat | Parket bij de Hoge Raad 22 juni 2007

Alinea 59 Parket bij de Hoge Raad 22 juni 2007

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 22 juni 2007, ECLI:NL:PHR:2007:BA1519.

2.5.3 De kerngedachte in bovenstaand citaat laat zich in meer algemene zin aldus weergeven dat een verarmde in beginsel geen vordering uit artikel 6:212 BW jegens de verrijkte heeft, indien de bij deze laatste opgetreden verrijking kan worden beschouwd als een gevolg dat strookt met de aard en inhoud van de overeenkomst die de verrijkte met een ander dan de verarmde is aangegaan. Bijzondere omstandigheden kunnen echter tot een andere slotsom voeren. Hiermee biedt de Hoge Raad in lijn met de meerderheidsopvatting in de literatuur enige maar beperkte ruimte voor toepassing van artikel 6:212 BW in gevallen van 'indirecte verrijking' als waarvan ook in het onderhavige geval sprake is.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/01a4e116afb9ab7202faae91980149e9c2a38ce89cfeffe03dfae1c6aa0a724f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 01a4e116afb9ab7202faae91980149e9c2a38ce89cfeffe03dfae1c6aa0a724f, en de alinea staat in dat document op bytes 23800 tot 24503.