Citaat | Parket bij de Hoge Raad 22 juni 2007
Alinea 64 Parket bij de Hoge Raad 22 juni 2007
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 22 juni 2007, ECLI:NL:PHR:2007:BA1519.
In die overeenkomst vindt de verrijking ook zijn rechtvaardiging, voor zover deze zijn grond vindt in het feit dat het door [verweerder] c.s. aan [betrokkene 1] betaalde gedeelte van de bouwsom ten tijde van de ontbinding van de overeenkomst lager was dan waarde van de reeds ontvangen prestatie. Naar [verweerder] c.s. onweersproken hebben gesteld, waren zij na de betaling van de eerste termijn van fl. 72.000,- de volgende termijn pas verschuldigd op het moment dat de woning wind- en waterdicht zou zijn, en was dat stadium van de bouw vóór de ontbinding van de overeenkomst nog niet bereikt ((14)).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/01a4e116afb9ab7202faae91980149e9c2a38ce89cfeffe03dfae1c6aa0a724f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 01a4e116afb9ab7202faae91980149e9c2a38ce89cfeffe03dfae1c6aa0a724f, en de alinea staat in dat document op bytes 27373 tot 27991.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/01a4e116afb9ab7202faae91980149e9c2a38ce89cfeffe03dfae1c6aa0a724f | shasum -a 256