Citaat | Parket bij de Hoge Raad 22 juni 2007
Alinea 65 Parket bij de Hoge Raad 22 juni 2007
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 22 juni 2007, ECLI:NL:PHR:2007:BA1519.
2.9 De ontbinding van de overeenkomst door [verweerder] c.s. heeft hen bevrijd van de betalingsverplichtingen jegens [betrokkene 1], voor zover nog niet nagekomen (artikel 6:271 BW). De ontbinding heeft plaatsgevonden nadat het aannemingsbedrijf Bouw '75 de werkzaamheden had gestaakt en gestaakt gehouden. Dit laatste, zo oordeelt het hof, is gebeurd om geheel buiten [verweerder] c.s. gelegen redenen. Verder neemt het hof in aanmerking dat [betrokkene 1] met de ontbinding heeft ingestemd. Een en ander rechtvaardigt de conclusie dat in het feit dat [verweerder] c.s. van de ontbindingsbevoegdheid gebruik hebben gemaakt, op zichzelf geen reden is gelegen om de bij hen opgetreden verrijking ongerechtvaardigd te achten. De uitoefening van die bevoegdheid leidt op zichzelf niet tot 'unclean hands' bij [verweerder] c.s.((15)).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/01a4e116afb9ab7202faae91980149e9c2a38ce89cfeffe03dfae1c6aa0a724f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 01a4e116afb9ab7202faae91980149e9c2a38ce89cfeffe03dfae1c6aa0a724f, en de alinea staat in dat document op bytes 28029 tot 28872.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/01a4e116afb9ab7202faae91980149e9c2a38ce89cfeffe03dfae1c6aa0a724f | shasum -a 256