Citaat | Parket bij de Hoge Raad 22 juni 2007

Alinea 66 Parket bij de Hoge Raad 22 juni 2007

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 22 juni 2007, ECLI:NL:PHR:2007:BA1519.

2.10 Een ontbinding van een wederkerige overeenkomst roept, voor zover aan de overeenkomst al uitvoering is gegeven, een verbintenis tot ongedaanmaking van de reeds ontvangen prestaties in het leven (artikel 6:271 BW). Voor zover de aard van de verrichte prestatie een ongedaanmaking uitsluit, treedt daarvoor een vergoeding in de plaats ten belope van de waarde van de prestatie op het tijdstip van de ontvangst ervan (artikel 6:272, lid 1 BW) of, indien de prestatie niet aan de verbintenis heeft beantwoordt, ten bedrage van de waarde die de prestatie werkelijk voor de ontvanger op het tijdstip van de ontvangst heeft gehad (artikel 6:272, lid 2 BW). De ongedaanmakingsverplichting strekt mede ertoe om een eventuele verrijking als gevolg van de ontbinding ongedaan te maken. Heeft de ontbindende partij de prestatie van de wederpartij reeds ontvangen, terwijl hij zelf zijn tegenprestatie niet of slechts ten dele heeft verricht, dan zou hij, indien niet gehouden tot ongedaanmaking van het reeds door hem ontvangene, worden bevoordeeld. De verplichting om de nog niet of niet ten volle uitgevoerde tegenprestatie te leveren vervalt immers als gevolg van de ontbinding. Het aftasten van (het systeem van) de wet levert de bevinding op dat de overeenkomst na ontbinding in beginsel niet kan worden beschouwd als een rechtvaardiging voor het behoud van het zojuist vermelde, mede uit de ontbinding van de overeenkomst voortvloeiende voordeel. Deze bevinding kan mede in aanmerking worden genomen bij de beantwoording van de vraag of bedoeld voordeel niet ook als ongerechtvaardigd is aan te merken tegenover een ander dan de wederpartij bij de ontbonden overeenkomst is((16)). Zeker indien het voordeel een prestatie betreft die naar redelijke verwachting aan die ander geheel of gedeeltelijk ten goede zou zijn gekomen, bestaat er aanleiding deze vraag in beginsel bevestigend te beantwoorden. Wel zal hierbij nog in aanmerking te nemen zijn, dat de ontbindende partij als regel bevoegd zal zijn om op het ter ongedaanmaking van het voordeel uit te betalen bedrag de eventuele schade in mindering te brengen die deze partij heeft geleden als gevolg van het tekortschieten van de wederpartij dat aanleiding tot de ontbinding van de overeenkomst heeft gegeven.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/01a4e116afb9ab7202faae91980149e9c2a38ce89cfeffe03dfae1c6aa0a724f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 01a4e116afb9ab7202faae91980149e9c2a38ce89cfeffe03dfae1c6aa0a724f, en de alinea staat in dat document op bytes 28892 tot 31167.