Citaat | Parket bij de Hoge Raad 25 mei 2007

Alinea 67 Parket bij de Hoge Raad 25 mei 2007

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 25 mei 2007, ECLI:NL:PHR:2007:BA1523.

2.6 Art. 1052 Rv. bepaalt in het eerste lid dat het scheidsgerecht gerechtigd is over zijn bevoegdheid te oordelen. Men duidt dit in het buitenland ook wel aan als 'compétence-compétence' of 'Kompetenz-Kompetenz'. Daarmee wordt voorkomen dat een verweerder in het arbitrale geding betwist dat het scheidsgerecht bevoegd is tot kennisneming van het geschil tussen partijen met het oogmerk om de vraag over de competentie van het scheidsgerecht aan de gewone rechter te kunnen voorleggen en aldus het arbitraal geding te kunnen vertragen(12). De beslissing van het scheidsgerecht dat het bevoegd is, is echter een 'voorlopig' oordeel. Uiteindelijk heeft de overheidsrechter ten aanzien van de 'competentie-competentie' het laatste woord. Het gaat dan om gevallen als de onderhavige waarin het scheidsgerecht zich bevoegd heeft geacht en één van partijen zich daarover vervolgens beklaagt bij de overheidsrechter, terwijl die partij niet het recht heeft verwerkt om terzake beklag te doen (art. 1065 lid 1 onder a en lid 2 Rv. in verbinding met art. 1052 lid 2 Rv.)(13).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/34818f0a09787a19fa71b1fdfb1353c7e30dd405ed518c0e86e0fc2d5bc5fe80. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 34818f0a09787a19fa71b1fdfb1353c7e30dd405ed518c0e86e0fc2d5bc5fe80, en de alinea staat in dat document op bytes 23277 tot 24362.