Citaat | Parket bij de Hoge Raad 25 mei 2007

Alinea 98 Parket bij de Hoge Raad 25 mei 2007

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 25 mei 2007, ECLI:NL:PHR:2007:BA1523.

2.17 In het arbitrale kort geding heeft [eiser] gevorderd - zakelijk weergegeven - dat BVH op straffe van een dwangsom zal worden veroordeeld om (de aanvoer van) [eiser] op het veilcentrum Bleiswijk mee te laten loten met de andere leden van BVH, gedurende de tijd dat [eiser] lid is van BVH(21). Het door [eiser] aanhangig gemaakte arbitrale kort geding spitste zich dus - ook volgens [eiser](22) - in concreto toe op de veilvolgorde. Het gaat dus niet om een vordering tot nakoming van de verplichtingen die voortvloeien uit het arbitrale bodemvonnis.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/34818f0a09787a19fa71b1fdfb1353c7e30dd405ed518c0e86e0fc2d5bc5fe80. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 34818f0a09787a19fa71b1fdfb1353c7e30dd405ed518c0e86e0fc2d5bc5fe80, en de alinea staat in dat document op bytes 36071 tot 36637.