Citaat | Parket bij de Hoge Raad 4 mei 2007
Alinea 68 Parket bij de Hoge Raad 4 mei 2007
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 4 mei 2007, ECLI:NL:PHR:2007:BA1564.
2.12.2 Aan het slot van onderdeel 2 wordt nog betoogd, dat er voor de man geen plicht zou bestaan om de aanwending van het geldbedrag van € 32.000,- voor de bouw aan te tonen omdat het bedrag op een gemeenschappelijke rekening van partijen zou zijn gestort, resulterend in een goederenrechtelijke vermenging. Dit betoog kan de man niet baten. Allereerst, gelet op artikel 5.15 BW waarin vermenging alleen betrokken wordt op zaken, kan er niet van een goederenrechtelijke vermenging worden gesproken. Verder laat het gestort zijn van het bedrag op een gemeenschappelijke rekening onverlet dat de betwisting door de vrouw van de stelling van de man dat hij het bedrag voor de bouw heeft aangewend, meebrengt dat de man zijn stelling dient te bewijzen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2e3ae3147541d9c36fbf5c0749bf27db65f726a84df438c5a15cd5a6dc30334e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2e3ae3147541d9c36fbf5c0749bf27db65f726a84df438c5a15cd5a6dc30334e, en de alinea staat in dat document op bytes 38878 tot 39642.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/2e3ae3147541d9c36fbf5c0749bf27db65f726a84df438c5a15cd5a6dc30334e | shasum -a 256