Citaat | Parket bij de Hoge Raad 19 juni 2007

Alinea 40 Parket bij de Hoge Raad 19 juni 2007

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 19 juni 2007, ECLI:NL:PHR:2007:BA1709.

3.14. Ten overvloede stelt het middel dat de verklaring van verdachte ter terechtzitting niet duidt op een bekentenis van het bewezenverklaarde. Ter vergelijking wijs ik op HR 26 september 2006, NJ 2006, 542. In die zaak deed zich de situatie voor dat uit de verklaringen van verdachte evident volgde dat hij in vereniging met anderen opzettelijk het slachtoffer van het leven had beroofd.(4) De verdachte beriep zich op psychische overmacht omdat een medeverdachte hem tot het feit had gedwongen. In dat verband verklaarde de verdachte ook dat hij eigenlijk niet wilde dat het slachtoffer werd vermoord. Die verklaring deed in de context van alle overige verklaringen van de verdachte geenszins af aan de erkenning van het opzet. Ook de raadsman had slechts ontslag van alle rechtsvervolging bepleit. De Hoge Raad overwoog:

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a93ceffb0a4ca3ee4e97de228d1fd58aca544a2e62c55bf888bc51a80c61c9c9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a93ceffb0a4ca3ee4e97de228d1fd58aca544a2e62c55bf888bc51a80c61c9c9, en de alinea staat in dat document op bytes 13826 tot 14663.