Citaat | Parket bij de Hoge Raad 19 juni 2007
Alinea 45 Parket bij de Hoge Raad 19 juni 2007
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 19 juni 2007, ECLI:NL:PHR:2007:BA1709.
3.16. De vraag is nu of het kennelijke oordeel van het Hof dat de verdachte het bewezenverklaarde duidelijk en ondubbelzinnig heeft bekend, gelet op de door de verdachte in hoger beroep afgelegde verklaring blijk geeft van een onjuiste rechtsopvatting of onbegrijpelijk is. Mijns inziens is het oordeel van het hof niet onbegrijpelijk, in aanmerking genomen dat de verdachte heeft verklaard onder invloed van cannabis te hebben gereden, dat hij ten aanzien van de veroordeling door de Politierechter slechts heeft verklaard de straf te zwaar te vinden en dat hij heeft verklaard dat dit de 'laatste strafbare feiten waren'. Gelet hierop en op hetgeen volgens vaste rechtspraak is vereist voor een bewezenverklaring van het in artikel 8 lid 1 WVW 1994 bedoelde misdrijf alsmede het ontbreken van enig verweer op dit punt, kan niet worden gezegd dat de verklaring slechts zou mogen worden aangemerkt als een gedeeltelijke bekentenis van het bewezenverklaarde.(6)
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a93ceffb0a4ca3ee4e97de228d1fd58aca544a2e62c55bf888bc51a80c61c9c9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a93ceffb0a4ca3ee4e97de228d1fd58aca544a2e62c55bf888bc51a80c61c9c9, en de alinea staat in dat document op bytes 16545 tot 17519.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/a93ceffb0a4ca3ee4e97de228d1fd58aca544a2e62c55bf888bc51a80c61c9c9 | shasum -a 256