Citaat | Parket bij de Hoge Raad 19 juni 2007

Alinea 63 Parket bij de Hoge Raad 19 juni 2007

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 19 juni 2007, ECLI:NL:PHR:2007:BA1709.

4.7. Art. 361a Sv bepaalt dat indien de officier van justitie een (TUL-) vordering heeft ingediend, de rechter beraadslaagt over de gegrondheid van die vordering. Met de opvatting die aan het middel ten grondslag ligt miskent de steller dat de wet niet voorschrijft dat de TUL-vordering, waarvan reeds blijkt door de betekening van de oproeping en de vordering aan de veroordeelde, op basis van art. 311 lid 1 Sv moet worden genoemd bij het requisitoir en het vorderen van de straf of maatregel. Door de ontvangst van de vordering is de zaak aanhangig en aan het oordeel van de rechter onderworpen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a93ceffb0a4ca3ee4e97de228d1fd58aca544a2e62c55bf888bc51a80c61c9c9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a93ceffb0a4ca3ee4e97de228d1fd58aca544a2e62c55bf888bc51a80c61c9c9, en de alinea staat in dat document op bytes 22639 tot 23250.