Citaat | Parket bij de Hoge Raad 19 juni 2007
Alinea 65 Parket bij de Hoge Raad 19 juni 2007
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 19 juni 2007, ECLI:NL:PHR:2007:BA1709.
4.9. Voor zover art. 14i lid 3 Sr ertoe zou dwingen de aanwezige veroordeelde uitdrukkelijk ter zake van de vordering te horen, meen ik dat een verzuim op dat punt reeds bij gebrek aan belang niet tot cassatie kan leiden. Dit voorschrift is mijns inziens met name bedoeld voor de veroordeelde ten aanzien van wie de vordering wordt behandeld los van de strafzaak, met andere woorden: de veroordeelde die een bijzondere voorwaarde heeft overtreden. In onderhavige zaak had de veroordeelde er belang bij zonodig inzicht te geven in zijn vermogenspositie. Daartoe heeft hij de gelegenheid gehad en van die gelegenheid heeft hij in feite ook gebruik gemaakt door te verklaren over zijn vermogenspositie.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a93ceffb0a4ca3ee4e97de228d1fd58aca544a2e62c55bf888bc51a80c61c9c9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a93ceffb0a4ca3ee4e97de228d1fd58aca544a2e62c55bf888bc51a80c61c9c9, en de alinea staat in dat document op bytes 23964 tot 24676.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/a93ceffb0a4ca3ee4e97de228d1fd58aca544a2e62c55bf888bc51a80c61c9c9 | shasum -a 256