Citaat | Parket bij de Hoge Raad 28 september 2007
Alinea 24 Parket bij de Hoge Raad 28 september 2007
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 28 september 2007, ECLI:NL:PHR:2007:BA1718.
3.2 Het Hof heeft bij zijn beoordeling van het geschil het volgende vooropgesteld. Een lichaam dat niet in staat is tot betaling van loonheffing is ingevolge artikel 36, lid 2, IW 1990 verplicht daarvan onverwijld mededeling te doen aan de ontvanger. Onverwijld wil zeggen uiterlijk twee weken na de dag waarop ingevolge artikel 19 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (hierna: AWR) de verschuldigde belasting op aangifte behoort te zijn afgedragen (artikel 7, eerste lid, van het Uitvoeringsbesluit Invorderingswet 1990; hierna: UB IW 1990). Indien niet of niet op de juiste wijze is voldaan aan de mededelingsplicht is een bestuurder op grond van het vierde lid van artikel 36 IW 1990 aansprakelijk, met dien verstande dat wordt vermoed dat de niet betaling aan hem is te wijten. Tot de weerlegging van dit vermoeden wordt slechts toegelaten de bestuurder die aannemelijk maakt dat het niet aan hem te wijten is dat het lichaam niet aan de mededelingsplicht heeft voldaan.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/20b88d580ef6d7c72ece37daf9c9e403a52824d7c255d3815247a4b5f9d00eeb. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 20b88d580ef6d7c72ece37daf9c9e403a52824d7c255d3815247a4b5f9d00eeb, en de alinea staat in dat document op bytes 8763 tot 9757.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/20b88d580ef6d7c72ece37daf9c9e403a52824d7c255d3815247a4b5f9d00eeb | shasum -a 256