Citaat | Parket bij de Hoge Raad 19 juni 2007

Alinea 74 Parket bij de Hoge Raad 19 juni 2007

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 19 juni 2007, ECLI:NL:PHR:2007:BA1759.

In de twee processen-verbaal betreffende de fotoconfrontatie beschrijven de verbalisanten dat zij de foto's, "waaronder die van verdachte", aan de aangever/getuige toonden. Daaruit kan men afleiden dat de twee verbalisanten die de fotoconfrontatie uitvoerden minstens wisten dat de foto van de verdachte zich bevond op de fotokaart. Behalve verdachte en één figurant hebben alle mannen hun mond dicht. Aangever verklaart er zeker van te zijn dat nummer 2 (verdachte) de dader is. Hij verklaart hem aan zijn gezicht en ogen te herkennen. De getuige verklaart: "De man die ik jullie, op de foto nummer 7 (verdachte), aanwees, is de ene man die ik in mijn eerder afgelegde verklaring mee bedoeld. Hij liep met zijn mond iets open het zelfde als hij op de foto uit ziet. Daardoor kon had ik zijn gouden tanden kunnen zien."

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/92f247e9d371bdc6b32e27d994d09f32454062149318e4d6f8e153be166ec69f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 92f247e9d371bdc6b32e27d994d09f32454062149318e4d6f8e153be166ec69f, en de alinea staat in dat document op bytes 29839 tot 30674.