Citaat | Parket bij de Hoge Raad 5 juni 2007

Alinea 19 Parket bij de Hoge Raad 5 juni 2007

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 5 juni 2007, ECLI:NL:PHR:2007:BA1760.

3.12. Op het aan de verdachte toegekende recht op berechting binnen een redelijke termijn kan inbreuk worden gemaakt door het tijdsverloop, te rekenen vanaf het moment dat vanwege de Nederlandse Staat jegens de betrokkene een handeling is verricht waaraan deze in redelijkheid de verwachting kan ontlenen dat tegen hem ter zake van een bepaald strafbaar feit door het openbaar ministerie een strafvervolging zal worden ingesteld. Een meer specifieke regel daaromtrent valt niet te geven. Anders dan wel wordt aangenomen, dwingt art. 6 EVRM niet tot de opvatting dat het eerste verhoor van de verdachte door de politie steeds als zodanige handeling heeft te gelden. Wel dienen de inverzekeringstelling van de verdachte en de betekening van de inleidende dagvaarding als een zodanige handeling te worden aangemerkt."

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a3eefb02d00d853d25218861f303cced94085be737af108963f1063f365a2199. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a3eefb02d00d853d25218861f303cced94085be737af108963f1063f365a2199, en de alinea staat in dat document op bytes 7862 tot 8689.