Citaat | Parket bij de Hoge Raad 5 juni 2007

Alinea 66 Parket bij de Hoge Raad 5 juni 2007

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 5 juni 2007, ECLI:NL:PHR:2007:BA1760.

Op 9 februari 2003 werd ik gedirigeerd naar de F.D. Rooseveltweg in verband met een schietpartij. Ik trof een man aan die geen teken van leven meer gaf. Ik zag dat hij een inschot ter hoogte van zijn rechteroksel vertoonde. Verder zag ik een tweede slachtoffer dat een wond aan zijn rug vertoonde. Hij gaf mij op te zijn genaamd: [slachtoffer 2]. Het eerste slachtoffer bleek in leven te zijn genaamd [slachtoffer 1]. Het lijk van wijlen [slachtoffer 1] werd getoond aan [betrokkene 1 en 2]. Zij verklaarden dat het slachtoffer dat hen werd getoond het lichaam is van respectievelijk haar zoon en broer, in leven genaamd [slachtoffer 1]. Op 9 februari 2003 werd diens dood door dr. Blankenvoort geconstateerd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a3eefb02d00d853d25218861f303cced94085be737af108963f1063f365a2199. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a3eefb02d00d853d25218861f303cced94085be737af108963f1063f365a2199, en de alinea staat in dat document op bytes 25564 tot 26287.