Citaat | Parket bij de Hoge Raad 30 maart 2007
Alinea 43 Parket bij de Hoge Raad 30 maart 2007
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 30 maart 2007, ECLI:NL:PHR:2007:BA1792.
Tot slot wijs ik ook op het arrest van HR 5 juni 1996, nr. 29 358, met conclusie A-G Van den Berge, BNB 1996/260, waarin weliswaar niet expliciet wordt ingaan op het begrip hand- en tekengeld, maar waaruit mijns inziens eveneens afgeleid kan worden dat tekengeld fiscaal als loon moet worden aangemerkt. In BNB 1996/260 werd door belanghebbende, een bij de KNVB aangesloten organisatie voor betaald voetbal, een in Engeland wonende speler gecontracteerd. Op grond van het contract had belanghebbende aan de betrokken speler, kort vóór zijn komst naar Nederland, tekengeld betaald ter zake waarvan geen loonbelasting was ingehouden. De Hoge Raad oordeelde dat de desbetreffende speler werknemer was in de zin van de Wet op de loonbelasting 1964 (hierna: de Wet) en overwoog daartoe dat van het vervullen van een dienstbetrekking in Nederland ook sprake kan zijn wanneer uit de arbeidsovereenkomst voortvloeit dat de arbeid in Nederland zal worden verricht, doch daarmee nog niet is aangevangen.(8)
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e28f083e6eb1d8590835e64797416ccd75a571e6787c09d02113f2ba3aa2b6b7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e28f083e6eb1d8590835e64797416ccd75a571e6787c09d02113f2ba3aa2b6b7, en de alinea staat in dat document op bytes 14096 tot 15108.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/e28f083e6eb1d8590835e64797416ccd75a571e6787c09d02113f2ba3aa2b6b7 | shasum -a 256