Citaat | Parket bij de Hoge Raad 30 maart 2007

Alinea 57 Parket bij de Hoge Raad 30 maart 2007

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 30 maart 2007, ECLI:NL:PHR:2007:BA1792.

Ik zie niet in waarom in de loonbelasting - zoals in de vennootschaps- en inkomstenbelasting bij winstuitdelingen en in de premieheffing bij directe brutering - niet van een geobjectiveerd bewustheidsvereiste zou moeten worden uitgegaan. Volgens mij kwalificeren voordelen voor de werknemer slechts als loon indien en voorzover de werkgever zich van het genieten van het voordeel door de werknemer bewust is of redelijkerwijs bewust moet zijn. Een andere stelling zou er mijns inziens toe leiden dat de bewijspositie van de fiscus onredelijk verzwaard wordt. Immers, het is zeer lastig aannemelijk te moeten maken dat de werkgever feitelijk bekend is met het voordeel dat de werknemer geniet. Daarnaast meen ik dat het niet past om een werkgever de kans te bieden om zich te bevrijden van zijn inhoudingsplicht met een beroep op onnozelheid. Alles overziende, kom ik tot de conclusie dat ook voor loon in de zin van de loonbelasting uitgegaan moet worden van een geobjectiveerde bewustheid, of anders gezegd: de werkgever moet zich als zodanig bewust zijn geweest van het voordeel voor zijn werknemer of had zich daarvan (redelijkerwijs) bewust moeten zijn geweest.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e28f083e6eb1d8590835e64797416ccd75a571e6787c09d02113f2ba3aa2b6b7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e28f083e6eb1d8590835e64797416ccd75a571e6787c09d02113f2ba3aa2b6b7, en de alinea staat in dat document op bytes 21121 tot 22300.