Citaat | Parket bij de Hoge Raad 30 maart 2007

Alinea 59 Parket bij de Hoge Raad 30 maart 2007

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 30 maart 2007, ECLI:NL:PHR:2007:BA1792.

2.5 Een andere, in deze zaak relevante, vraag is of een betaling waartoe de werknemer als zodanig gerechtigd is en die niet door hem zelf wordt ontvangen, maar door een derde, desalniettemin een bestanddeel kan vormen van het inkomen van de werknemer. Geen fiscalist zal de stelling verdedigen dat de opdracht van de werknemer aan zijn werkgever om het loon over te maken naar een schuldeiser van de werknemer tot gevolg heeft dat geen loonbelasting behoeft te worden betaald, zodat de werknemer zijn schulden uit zijn brutoloon kan voldoen. In dit geval beschikt de werknemer over het loon waarop hij recht heeft en geniet hij loon in de zin van de Wet op het moment waarop de werkgever aan de derde betaalt. De werkgever voor wie ter zake een inhoudingsplicht geldt, dient dit bedrag in zijn loonadministratie te verantwoorden als loon dat aan de werknemer zelf is betaald. De derde ontvangt een nettobedrag. Ik meen in de jurisprudentie voldoende steun is te vinden voor deze opvatting.(13) Te wijzen valt op het arrest van HR 3 april 1968, nr. 15 845, BNB 1968/133, waarin het ging om een cessie van een "lopende'' loonvordering (vakantie-uitkering) door een werknemer bij wege van schenking. De Hoge Raad besliste dat de schenker, en niet de begiftigde, degene is die fiscaalrechtelijk het loon geniet. De Raad overwoog:

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e28f083e6eb1d8590835e64797416ccd75a571e6787c09d02113f2ba3aa2b6b7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e28f083e6eb1d8590835e64797416ccd75a571e6787c09d02113f2ba3aa2b6b7, en de alinea staat in dat document op bytes 22422 tot 23760.