Citaat | Parket bij de Hoge Raad 30 maart 2007
Alinea 76 Parket bij de Hoge Raad 30 maart 2007
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 30 maart 2007, ECLI:NL:PHR:2007:BA1792.
3.3 Middel IV keert zich - op vrijwel dezelfde gronden als middel II - tegen 's Hofs oordeel (in r.o. 5.37) dat de Inspecteur geacht kan worden aannemelijk te hebben gemaakt dat belanghebbende eind oktober 1995 aan de spelers OO en AAA ieder een bedrag van USD qqq heeft doen betalen en dat evenzeer aannemelijk is dat die betalingen zozeer in verband staan met de jeugdspelercontracten, dat die betalingen aangemerkt moeten worden als loon ter zake waarvan belanghebbende inhoudingsplichtig is voor de loonbelasting en premieheffing volksverzekeringen. Het middel betoogt dat zulks ten onrechte is, aangezien uit de getekende stukken genoegzaam moge blijken dat die betalingen hun grond niet vinden in door belanghebbende aangegane verplichtingen en evenmin genoegzaam is vastgesteld dat belanghebbende daarvan op de hoogte was, laat staan dat deze betalingen door haar zouden zijn gedaan. Voorts wordt betoogd dat 's Hofs oordeel op onjuiste en/of onvolledige vaststelling van de relevante feiten en omstandigheden steunt en onbegrijpelijk en/of onvoldoende gemotiveerd is en dat het Hof de bewijslast ter zake onjuist heeft verdeeld.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e28f083e6eb1d8590835e64797416ccd75a571e6787c09d02113f2ba3aa2b6b7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e28f083e6eb1d8590835e64797416ccd75a571e6787c09d02113f2ba3aa2b6b7, en de alinea staat in dat document op bytes 39757 tot 40907.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/e28f083e6eb1d8590835e64797416ccd75a571e6787c09d02113f2ba3aa2b6b7 | shasum -a 256