Citaat | Parket bij de Hoge Raad 30 maart 2007
Alinea 79 Parket bij de Hoge Raad 30 maart 2007
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 30 maart 2007, ECLI:NL:PHR:2007:BA1792.
4 Middel III richt zich tegen 's Hofs oordeel (in r.o. 5.25) dat door de ondertekening van het spelerscontract door E het tekengeld in juli 1995 vorderbaar en inbaar werd en dat derhalve juli 1995 het tijdvak was waarin belanghebbende een bedrag aan loonbelasting en premie volksverzekeringen op dat loon had moeten inhouden. Het middel klaagt erover dat zulks ten onrechte is, omdat het Hof noch de verplichting tot betaling van tekengeld noch de effectieve inning daarvan noch het causaal verbaal genoegzaam heeft astgesteld.(31) Dit betoog deelt mijns inziens het lot van middel II en moet derhalve falen. Het oordeel van het Hof is feitelijk, niet onbegrijpelijk en voldoende gemotiveerd. Het middel betoogt mijns inziens ook tevergeefs dat het Hof buiten de rechtsstrijd zou zijn getreden door een oordeel te geven over het precieze tijdvak waarover belanghebbende inhoudingsplichtig was met betrekking tot de betaling van het tekengeld aan E.(32) Het Hof werd immers gevraagd een oordeel te geven over de juistheid van de opgelegde naheffingsaanslag over het tijdvak januari 1995 tot en met 31 december 1995. Hier was uitdrukkelijk ook in geschil het tijdstip, waarop de eventuele inhoudingen en afdrachten van loonbelasting verschuldigd moesten plaatsvinden.(33) Terecht merkt de Staatssecretaris mijns inziens op dat het Hof in dat kader te beslissen had of E in het litigieuze tijdvak loon (tekengeld) genoten had en dat derhalve de nadere precisering door het Hof van het genietingsmoment op basis van de feiten en omstandigheden niet gezien kan worden als een buiten de rechtsstrijd treden.(34) Tot slot vraag ik mij af, hoewel hierover in cassatie niet wordt geklaagd, of het genietingtijdstip niet op een eerder moment, namelijk in juni 1995, gelegen is. Uit r.o. 3.25 van de Hofuitspraak blijkt dat de totale transfersom van f. jjj (gelijk aan ... ww) op 29 juni 1995 van belanghebbendes rekening-courant werd afgeschreven. Wat er hier verder ook van zij, mijns inziens blijft 's Hofs oordeel overeind.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e28f083e6eb1d8590835e64797416ccd75a571e6787c09d02113f2ba3aa2b6b7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e28f083e6eb1d8590835e64797416ccd75a571e6787c09d02113f2ba3aa2b6b7, en de alinea staat in dat document op bytes 42552 tot 44581.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/e28f083e6eb1d8590835e64797416ccd75a571e6787c09d02113f2ba3aa2b6b7 | shasum -a 256