Citaat | Parket bij de Hoge Raad 25 mei 2007
Alinea 49 Parket bij de Hoge Raad 25 mei 2007
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 25 mei 2007, ECLI:NL:PHR:2007:BA2012.
Het hof stelt in r.o. 3 voorop dat het, bij gebreke van daartegen gerichte grieven, uitgaat van de juistheid van de hiervoor in 2.3 geciteerde overwegingen van de rechtbank in r.o. 3.2 van het vonnis. Dit betekent, aldus het hof, dat de bepalingen in de koopakte tot uitgangspunt dienen te worden genomen, dat in de koopakte is vastgelegd dat [eiser] het recht had het gekochte in- en uitwendig te inspecteren (hetgeen ook is gebeurd) en dat acht geslagen dient te worden op hetgeen tussen partijen uitdrukkelijk is overeengekomen omtrent de verhouding van de onderzoeksplicht van [eiser] en de mededelingsplicht van [verweerder]. Omtrent de vraag of het geleverde voor wat betreft de staat van de apparatuur en de installaties al dan niet aan de conformiteitseis van art. 7:17 BW voldoet, overweegt het hof:
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8403555cad7eb6afb5979feaa48494b1b97bf9afeaa30843cacdb8b1c8c9786f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8403555cad7eb6afb5979feaa48494b1b97bf9afeaa30843cacdb8b1c8c9786f, en de alinea staat in dat document op bytes 13395 tot 14216.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/8403555cad7eb6afb5979feaa48494b1b97bf9afeaa30843cacdb8b1c8c9786f | shasum -a 256