Citaat | Parket bij de Hoge Raad 7 september 2007
Alinea 110 Parket bij de Hoge Raad 7 september 2007
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 7 september 2007, ECLI:NL:PHR:2007:BA2014.
Ook in de benadering van het hof spitst het geschil zich toe op het al dan niet vóór de "Closing" bestaan van "Knowledge" met betrekking tot de EBITDA over 1998, welke "Knowledge" in het bijzonder van "Knowledge" met betrekking tot de "incidentals" over 1998 afhankelijk was (zie onder meer rov. 4.13.5, tweede volzin). Dat een toereikende "Knowledge" met betrekking tot die "incidentals" rond 5 januari 1999, althans vóór 14 januari 1999, was gegeven (zie hiervóór onder (vii)) kan echter onmogelijk (en ook niet veronderstellenderwijs) worden aangenomen, nu het hof zulke wetenschap (in het bijzonder in rov. 4.14) juist uitdrukkelijk heeft afgewezen. Overigens meen ik dat uit de in de inleiding van de cassatiedagvaarding onder 1.d.1 (5) bedoelde stellingen ter zake van de verwerking van de resultaten inclusief de "incidentals" over de maanden tot en met november 1998 en ter zake van de rapportage van de resultaten inclusief de "incidentals" over de maand december 1998 niet zonder meer voortvloeit dat de omvang van "incidentals" tot en met november 1998 reeds medio december 1998 bekend was en dat de omvang van de "incidentals" over de maand december 1998 in elk geval vóór 14 januari 1999 bekend moet zijn geweest. Dat bedrijfsresultaten inclusief "incidentals" bekend zijn, impliceert niet zonder meer dat óók is gegeven welke de "incidentals" zijn en tot welke omvang zij belopen. Waar Phoenix zelf nog ruimte laat voor ten tijde van de "Closing" bestaande onzekerheid over de omvang van de incidentals over de maand december 1998 maar die onzekerheid kennelijk verwaarloosbaar acht (zie de in de cassatiedagvaarding opgenomen inleiding onder 1.d.1 (5) (iii), waar Phoenix spreekt van een "onzekerheidsmarge inzake de exacte omvang van de december-incidentals" die echter "in het niet valt bij het toen al duidelijke MAC-karakter van het verschil tussen de Oktober Prognose en de gerealiseerde EBITDA 1998" en voorts de cassatiedagvaarding onder II.2.a, volgens welke passage tot de "Closing" "hooguit over de exacte omvang van de december-'incidentals' nog enige onzekerheid kon althans mocht bestaan") merk ik op dat de leer van de hypothetische feitelijke grondslag naar mijn mening niet ertoe dwingt om een zonder nadere cijfermatige onderbouwing door een partij gegeven kwalificatie of waardering, zoals die van de volgens Phoenix kennelijk te verwaarlozen onzekerheid over de "incidentals" over de maand december 1998, veronderstellenderwijs als juist aan te nemen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/53511aa104052824f05a8c98c5c1cda2a7b347ce7184ff6df80805e8cb78acf2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 53511aa104052824f05a8c98c5c1cda2a7b347ce7184ff6df80805e8cb78acf2, en de alinea staat in dat document op bytes 51090 tot 53598.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/53511aa104052824f05a8c98c5c1cda2a7b347ce7184ff6df80805e8cb78acf2 | shasum -a 256