Citaat | Parket bij de Hoge Raad 27 april 2007
Alinea 38 Parket bij de Hoge Raad 27 april 2007
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 27 april 2007, ECLI:NL:PHR:2007:BA2017.
2.18. Bij de invoering van de voorwaardelijke machtiging heeft de wetgever zoveel mogelijk aansluiting willen zoeken bij de regeling voor de gewone (onvoorwaardelijke) machtigingen(13). Een nieuwe voorwaardelijke machtiging wordt door de wetgever beschouwd als een zelfstandige titel, niet als een verlenging van de voorafgaande titel (ook al kan feitelijk wel van een verlenging worden gesproken)(14). Ook in andere zaken is wel aangenomen dat de eerste beschikking in geval van vernietiging niet per se de vervolgbeschikking in haar val meesleept(15). Hieruit leid ik af dat een vernietiging in cassatie van de voorafgaande voorwaardelijke machtiging geen afbreuk doet aan de geldigheid van de nieuwe voorwaardelijke machtiging. Daarenboven verdient opmerking dat toen de rechtbank op 16 januari 2007 besliste, de beschikking van 27 juli 2006 nog niet was vernietigd. Er gold op dat moment een voorwaardelijke machtiging voor de duur van zes maanden, zodat de rechtbank de nieuwe voorwaardelijke machtiging kon verlenen voor de duur van een jaar. Het onderdeel faalt.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/81968b4a746f89c83963b278efbdcda429ff08f7d5288adc9dd529aa979c55e6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 81968b4a746f89c83963b278efbdcda429ff08f7d5288adc9dd529aa979c55e6, en de alinea staat in dat document op bytes 23296 tot 24378.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/81968b4a746f89c83963b278efbdcda429ff08f7d5288adc9dd529aa979c55e6 | shasum -a 256