Citaat | Parket bij de Hoge Raad 19 juni 2007

Alinea 71 Parket bij de Hoge Raad 19 juni 2007

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 19 juni 2007, ECLI:NL:PHR:2007:BA2104.

[Verdachte] heeft op 20 september 2004 bij [slachtoffer] een washandje in haar mond gestopt en heeft dit washandje met verband vastgezet. [Verdachte] deed dit omdat [slachtoffer] vloekte en gilde en door gebruik te maken van het washandje wilde ze dat dit ophield. Ten tijde van deze handeling is niet door het hoofd van [verdachte] gegaan dat er een aanmerkelijke kans bestond dat [slachtoffer] door deze handeling zou kunnen overlijden. Er zijn geen getuigen die hierover iets kunnen vertellen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/96e5c9af26f70daeea1708367e5dc53a7d55c97442a17bb1ad1c18b6cbd22798. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 96e5c9af26f70daeea1708367e5dc53a7d55c97442a17bb1ad1c18b6cbd22798, en de alinea staat in dat document op bytes 25180 tot 25689.