Citaat | Parket bij de Hoge Raad 5 juni 2007

Alinea 13 Parket bij de Hoge Raad 5 juni 2007

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 5 juni 2007, ECLI:NL:PHR:2007:BA2160.

6. In de toelichting op het middel wordt opgemerkt dat het tweede lid van art. 359 Sv, zoals de bepaling sinds 1 januari 2005 luidt, ten dele is te beschouwen als een codificatie van motiveringseisen die in de rechtspraak reeds voor enkele bijzondere situaties waren ontwikkeld. Dat is juist. De Hoge Raad heeft evenwel uit de bewoordingen en parlementaire behandeling van deze wettelijke bepaling afgeleid dat zij een bredere strekking heeft dan (naast verbetering van de positie van het Openbaar Ministerie) codificatie van in de rechtspraak reeds omschreven bijzondere motiveringsverplichtingen. De Hoge Raad legt het huidige tweede lid van art. 359 Sv aldus uit dat verweren ten aanzien van de bewijsbeslissing of de bepaling van straf of maatregel tot een nader gemotiveerde beslissing nopen, ook in gevallen waarin die voorheen niet werd verlangd, mits zo een verweer is aan te merken als een "uitdrukkelijk onderbouwd standpunt", vgl. HR NJ 2006, 393, rr.oo. 3.5 en 3.6.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7a76929d5827b3234d06471723a0c96a7e26bd343e25fcddeaf0d177d1b4d566. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7a76929d5827b3234d06471723a0c96a7e26bd343e25fcddeaf0d177d1b4d566, en de alinea staat in dat document op bytes 7436 tot 8427.