Citaat | Parket bij de Hoge Raad 5 juni 2007
Alinea 17 Parket bij de Hoge Raad 5 juni 2007
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 5 juni 2007, ECLI:NL:PHR:2007:BA2160.
10. In algemene zin zou ik menen dat het concordantiebeginsel slechts een rol kan gaan spelen indien er geen twijfel over bestaat dat de wetgever in het betreffende deel van het Koninkrijk geen bezwaar zal of kan maken tegen overneming van de elders in gang gezette of doorgevoerde rechtsontwikkeling (wetswijziging of jurisprudentie). Dit laat zich praktisch gesproken in twee situaties denken. Ten eerste: die wetgever heeft voldoende signalen afgegeven dat hij de elders (hetzij door wetgeving, hetzij door rechtspraak) ontwikkelde norm voor de eigen rechtsorde, met haar specifieke maatschappelijke oriëntatiepunten, eveneens bruikbaar acht. Ten tweede: de elders gecodificeerde of in rechtspraak geformuleerde rechtsnorm vormt de onontkoombare toepassing van een verdragsbepaling die voor het hele Koninkrijk verbindend is en van zodanige aard dat een justitiabele daar rechtstreeks een beroep op kan doen. In dat laatste geval immers, zullen de wetgevers in de diverse delen van het Koninkrijk geen andere keus hebben dan de betreffende rechtsregel als noodzakelijk erkennen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7a76929d5827b3234d06471723a0c96a7e26bd343e25fcddeaf0d177d1b4d566. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7a76929d5827b3234d06471723a0c96a7e26bd343e25fcddeaf0d177d1b4d566, en de alinea staat in dat document op bytes 11026 tot 12122.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/7a76929d5827b3234d06471723a0c96a7e26bd343e25fcddeaf0d177d1b4d566 | shasum -a 256