Citaat | Parket bij de Hoge Raad 4 september 2007

Alinea 55 Parket bij de Hoge Raad 4 september 2007

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 4 september 2007, ECLI:NL:PHR:2007:BA2162.

21. Ambtshalve heb ik geen gronden aangetroffen waarop de bestreden beschikking zou dienen te worden vernietigd. Ter zijde merk ik nog op dat de verwijzing van de Rechtbank naar het bepaalde in art. 116 lid 6 Sv onbegrijpelijk is. In een geval als het onderhavige is het beslag volgens de Rechtbank geëindigd en handelt de Officier van Justitie met het inbeslaggenome als ware het verbeurdverklaard of onttrokken aan het verkeer (art. 116 lid 2, aanhef en onder c Sv). Dat betekent dat het inbeslaggenomene is vervallen aan de staat (art. 35 lid 2 Sr) en de afstandsverklaring de rechten van klaagster op het beslagene juist niet onverlet heeft gelaten.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b6cda3a412ac5ecb09df056d9db7a8984541fe6192d0e978daab442f7344db35. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b6cda3a412ac5ecb09df056d9db7a8984541fe6192d0e978daab442f7344db35, en de alinea staat in dat document op bytes 19251 tot 19918.