Citaat | Parket bij de Hoge Raad 26 juni 2007
Alinea 45 Parket bij de Hoge Raad 26 juni 2007
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 26 juni 2007, ECLI:NL:PHR:2007:BA2164.
"Het hof heeft bij de selectie van de gebezigde bewijsmiddelen geen gebruik gemaakt van de bij de rechter-commissaris belast met de behandeling van strafzaken in de rechtbank te Utrecht op 16 juni 2005 door de getuigen [getuige 3], dochter van verdachte, [vrouw van verdachte], echtgenote van verdachte, en [betrokkene 2] afgelegde verklaringen. Het hof acht de verklaringen van de dochter en echtgenote van verdachte niet geloofwaardig, nu zij beiden verklaren dat verdachtes zoon [de zoon] op 8 juli 2002 niet bij de dansschool is geweest, maar thuis was gebleven, terwijl de overige getuigen verklaren dat zij vader en zoon [de zoon] ter plekke hebben gezien. Het hof acht de verklaring van de getuige [betrokkene 2] evenmin geloofwaardig, nu hij in tegenstelling tot zijn eerder tegenover de politie afgelegde verklaring opeens heeft verklaard dat hij een aantal personen van vermoedelijk Turkse afkomst heeft gezien, terwijl de overige getuigen alleen spreken van Hindoestanen."
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/511703fd0d4e396f365380f4861631b7a5fac0a724628dcf02ba7efe8269f91e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 511703fd0d4e396f365380f4861631b7a5fac0a724628dcf02ba7efe8269f91e, en de alinea staat in dat document op bytes 13624 tot 14620.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/511703fd0d4e396f365380f4861631b7a5fac0a724628dcf02ba7efe8269f91e | shasum -a 256