Citaat | Parket bij de Hoge Raad 25 september 2007

Alinea 54 Parket bij de Hoge Raad 25 september 2007

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 25 september 2007, ECLI:NL:PHR:2007:BA2279.

Allereerst overweegt de rechtbank dat de in feit 3 genoemde handel in cocaïne weliswaar is bewezen, maar dat zij -anders dan de officier van justitie- uitgaat van handel in beperkte kring, te weten kennissen en op beperkte schaal in een aanzienlijk kortere periode dan is telastegelegd. Nu niet blijkt van aanzienlijke winsten behaald met drugsverkoop is naar het oordeel van de rechtbank niet komen vast te staan dat de in feit 1 genoemde personenauto's in hoofdzaak zijn gefinancierd door inkomsten uit de handel in drugs.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/42e708b28c1075e40b1f0cfd4cac72da0f2d00e78ba621d85af89e9da14ae592. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 42e708b28c1075e40b1f0cfd4cac72da0f2d00e78ba621d85af89e9da14ae592, en de alinea staat in dat document op bytes 16738 tot 17276.