Citaat | Parket bij de Hoge Raad 25 september 2007

Alinea 71 Parket bij de Hoge Raad 25 september 2007

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 25 september 2007, ECLI:NL:PHR:2007:BA2279.

15. Het oordeel van de Rechtbank moet als volgt worden begrepen. De verdachte heeft zich niet alleen schuldig gemaakt aan in de fiscale wetgeving strafbaar gestelde gedragingen en daarmee gepaard gaande commune delicten als bijvoorbeeld valsheid in geschrift, maar ook aan andere strafbare feiten zoals witwassen en handel in verdovende middelen. Daarom doet zich noch het geval van voor van art. 74 AWR noch het geval als beschreven in de hiervoor onder 7 aangehaalde passage uit de Aanwijzing ontneming. Derhalve is het niet hoogst onwaarschijnlijk dat de strafrechter, later oordelend, aan klager de verplichting zal opleggen tot betaling van een geldbedrag aan de staat ter ontneming van het door middel van of uit de baten van dat feit wederrechtelijk verkregen voordeel en dient het beklag dus ongegrond te worden verklaard.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/42e708b28c1075e40b1f0cfd4cac72da0f2d00e78ba621d85af89e9da14ae592. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 42e708b28c1075e40b1f0cfd4cac72da0f2d00e78ba621d85af89e9da14ae592, en de alinea staat in dat document op bytes 24610 tot 25453.